Woorden Sorteerspel
Stel je voor dat je oefenwoorden allemaal hun eigen 'families' hebben, en jij helpt ze om thuis te komen! Er is de familie van zelfstandige naamwoorden, werkwoorden en bijvoeglijke naamwoorden. Met elk woord dat je correct sorteert, word je niet alleen slimmer, maar leer je ook wat elk woord in een zin doet. Dus, klaar voor de missie 'Woorden sorteren'? Laten we gaan!
Wat je nodig hebt
- 3 kommen
- oefenwoorden
- papier en potlood
Zo werkt het
-
Pak een stuk papier en kijk goed naar het woord. Is het een zelfstandig naamwoord, een werkwoord of een bijvoeglijk naamwoord? Maak je geen zorgen, hier zijn een paar tips om je te helpen.
-
Zelfstandige naamwoorden. Dit zijn alle dingen, mensen, dieren of planten. Zelfstandige naamwoorden zijn de 'hoofdpersonen' in een zin. Vraag jezelf af: Kan ik 'de' of 'het' ervoor zetten? Als dat zo is, behoort het tot de zelfstandige naamwoorden. Voorbeelden: 'de hond', 'de bloem', 'het huis'.
-
Werkwoorden. De 'doen-woorden'. Ze laten zien wat iemand doet of wat er gebeurt. Je kunt ze in verschillende vormen zetten, zoals 'ik loop', 'jij loopt'. Voorbeelden: 'spelen', 'rennen', 'tekenen'.
-
Bijvoeglijke naamwoorden. Deze woorden beschrijven hoe iets is. Bijvoeglijke naamwoorden geven zelfstandige naamwoorden meer kleur. Past het woord goed bij 'heel'? Dan is het waarschijnlijk een bijvoeglijk naamwoord, zoals 'heel snel', 'heel groot'. Voorbeelden: 'rood', 'luid', 'klein'.
-
Weet je nu waar het woord bij hoort? Perfect! Leg het in de juiste kom: het zelfstandig naamwoord bij de zelfstandige naamwoorden, het werkwoord bij de werkwoorden en het bijvoeglijk naamwoord bij de bijvoeglijke naamwoorden.
-
Neem het volgende stuk papier en herhaal het proces: kijk naar het woord, denk na en sorteer het. Je zult zien dat het van woord tot woord gemakkelijker wordt. Elk woord vindt zo zijn 'thuis'. Dus kom op, ga op naar de missie 'Woorden sorteren' en laat zien wat je kunt!
Dit leren kinderen hiervan
- Taal & expressie
- Fantasie & sociale verbondenheid